Zo werkt je brein
De nieuwste theorie over mentale processen in een notendop
 
Let op! Deze site is nog in ontwikkeling
 

De ‘note to self’-theorie in een notendop

Volgens de ‘note to self’-theorie gaat je aandacht vanzelf naar die dingen die je aandacht verdienen doordat je mentale systeem voortdurend ‘uitrekent’ in hoeverre de verschillende elementen in de situatie van dat moment van belang zijn, voor jezelf of voor anderen, en de belangrijkste uitkomsten van dat interpretatieproces communiceert met zichzelf. Hoe dat allemaal precies gaat, bijvoorbeeld hoe het ene idee het andere kan oproepen en welke rol daarbij is weggelegd voor de taal, zal ik [de komende maanden] uitleggen op deze site, maar hieronder vind je vast een samenvatting.

Het uitgangspunt van de ‘note to self’-theorie is dat mentale processen als denken en voelen zich in feite geheel en al automatisch voltrekken, waardoor je je van veel redeneringen niet eens bewust bent. Heel simpel uitgelegd, de neuronen (zenuwcellen) die altijd actief worden bij het waarnemen van een bepaalde combinatie van elementen in de werkelijkheid activeren de neuronen die corresponderen met de concepten en ideeën die horen bij deze cluster, en die activeren weer de neuronen die horen bij de dáármee verbonden concepten en ideeën enzovoort, eenvoudigweg omdat ze met elkaar verbonden zijn. Door deze zogenaamde spreiding van activatie kunnen ideeën uit elkaar voortvloeien en leiden tot nieuwe conclusies zonder dat er een instantie is die de boel aanstuurt.

Deze ideeën word je je niet noodzakelijkerwijs bewust. Slechts bij de belangrijkste conclusies gaan zoveel neuronen vuren dat ze resulteren in aanvankelijk nog vage beelden, frasen, sensaties enzovoort. (Terwijl je op een plein in Parijs staat te wachten tot je vriend klaar is met foto’s maken, begin je in het bewegende object aan je linkerkant een kinderwagen te herkennen die uit een steil steegje naar beneden komt rollen en treedt er tegelijk een schrikreactie op.) Deze signalen vormen samen een note to self, dat wil zeggen dat ze door hun relatieve concreetheid de abstracte concepten waarmee ze verbonden zijn extra activeren, waarna de betreffende conclusie steeds helderder wordt om uiteindelijk zelfs geheel bewust te worden en/of te leiden tot een al dan niet adequate reactie. (Je concludeert dat jij misschien wel de eerste bent die de kinderwagen tot stilstand kan brengen en rent erheen.)

Maar ook de bewust geworden conclusies slaan niet allemaal in gelijke mate aan. Als er bijvoorbeeld door een tekort aan het daarvoor benodigde hormoon geen duidelijke lichamelijke reactie komt, dan zal het betreffende idee al snel worden overstemd door andere ideeën. Dit verklaart waarom mensen met een tekort aan testosteron niet meer reageren op seksuele prikkels en dus geholpen kunnen worden met medicijnen. Het lijkt misschien alsof ze teveel denken aan andere dingen, maar dat is niet de oorzaak van hun gebrek aan opwinding, het is eerder andersom. Een andere reden waarom een conclusie het onderspit kan delven is dat de tegenovergestelde conclusie sterker geactiveerd wordt. Neem het geval dat iemands idee dat zijn partner te vertrouwen is regelmatig actief wordt, maar nooit zo sterk als zijn daarmee verbonden en veel oudere idee dat je er altijd rekening mee moet houden dat mensen je op een gegeven zullen laten vallen. Dit is een probleem dat waarschijnlijk het beste aangepakt kan worden met gesprekstherapie.

 

Zo werkt je brein is een themasite van Buzzboeken